De Romeinse weg in het Land van Cuijk

Door: Paul van der Heijden

De Romeinse snelweg, maasweg, liep van Nijmegen naar Maastricht en was daarmee de Romeinse voorloper van de huidige AJJ,. De route gaat in een vrijwel rechte lijn zuidwaarts vanaf het Nijmeegse Valkhof naar Cuijk, dat op de Peutingerkaart is aangeduid als Ceuclum. Precies halverwege, in het Heumensoord, stond in de tweede eeuw een gebouw, mogelijk een mansio (herberg), in de derde eeuw vervangen door een wachtpost. Vanuit de wachtpost kon men zowel het castellum van Nijmegen als Cuijk zien. De Maasweg liep voor de wachtpost langs en is archeologisch ook onderzocht. Hij is circa zes meter breed, had twee greppels en blijkt al vroeg te zijn aangelegd, namelijk in de eerste decennia van de jaartelling. (21) Opvallend is dat ook hier geen wegverharding is gevonden. Kennelijk was de samenstelling van de bodem stevig genoeg om zoveel schoenen en karrenwielen te kunnen dragen. Een eind verderop is de weg nog over tientallen meters te herkennen in het bos - althans, voor wie het weet. Daar is overigens nog een tweede, parallel lopende weg te zien.

Volgens de gangbare opvatting lag de Maasovergang in de eerste eeuw bij Mook en bestond deze wellicht uit een doorwaadbare plek. Er zijn meldingen van een grindweg op de westoever van de Maas, bij Katwijk. In de laat-Romeinse tijd pakten de Romeinen de zaak grondiger aan en bouwden enkele kilometers stroomopwaarts een vaste brug bij Cuijk, met stenen pijlers en een houten opbouw, beschermd door het castellum aldaar.

Het tracé van de Maasweg op Brabants grondgebied is in de negentiende eeuw al redelijk in kaart gebracht door de oudheidkundige Hermans.(22) Op verschillende plekken trof Hermans een strook in de akkers aan waar het gewas slechter groeide dan elders. Bij bestudering bleek het steevast te gaan om de Romeinse weg. Hermans heeft gelukkig de moeite genomen om enkele dwarsdoorsneden te maken, zodat we ook iets meer weten over het uiterlijk en de opbouw van de weg. Alle onderzochte gedeelten hadden een verharding van grind met een ietwat bol lopend wegdek. De teruggevonden breedte van het wegdek varieerde van 4 tot 6 meter. Enkele waarnemingen van AWN-ers en recent archeologisch onderzoek in Cuijk hebben dat beeld bevestigd. (23) De weg liep via Cuijk, Oeffeit, Beugen, Boxmeer, Sambeek, Vortum-Mullem, Groeningen, Vierlingsbeek naar Maashees.

Vanaf de grens van Brabant met Limburg worden we in ons beeld van de Maasweg geholpen door een rapportage van Marlien Janssens (RAAP), opgesteld in opdracht van de provincie Limburg (24). Het betreft een bureaustudie naar de mogelijke locatie van de pakweg 60 kilometer die de Maasweg door Limburg voert, op basis van alle bekende gegevens. De facto zijn er niet zo heel veel aanknopingspunten: enkele waarnemingen uit de negentiende eeuw, een handjevol archeologische bewijzen (in Grubbenvorst, Baarlo, Kessel, Neer, Heel en Borg), AHN-opnames (Kesseleik en Buggenum), toponiemen (Heerstraat in Beegden en Heerebaan in Heel) en archeologische resten van Romeinse nederzettingen (vooral grafvelden) in het algemeen. De mogelijke locatie van de weg wordt echter mede beperkt door landschappelijke omstandigheden: het stroombed van de Maas in het oosten en het Maasterras in het westen. Zo blijft een relatief smalle strook over waar we de weg moeten zoeken. Daarnaast moesten twaalf kleinere en grotere beekdalen worden overbrugd. Al deze factoren tezamen zorgden voor genoeg randvoorwaarden voor een redelijk betrouwbare reconstructie van de locatie van de weg, waarbij alleen het eerste deel (tussen Geysteren en Blerick) nog enkele grote vraagtekens oproept. (25)

Over het uiterlijk en opbouw van de Maasweg door Limburg zijn slechts weinig gegevens voorhanden. In de meeste gevallen gaat het om een met grind verharde weg, maar er is in ieder geval één weggedeelte in Heel zonder grindverharding. In Baarlo is een palenconstructie gevonden op de plek waar de Maasweg een beekdal overstak.

Vanaf Ittervoort loopt het tracé van de Maasweg over Belgisch grondgebied via de plaatsen Maasbracht, Dilsen (vermoedelijk te identificeren met Feresne op de Peutingerkaart), Maasmechelen en Lanaken. Het is nog een punt van discussie of de hoofdweg van daaraf naar Tongeren voert via Maastricht of via Bilzen (of misschien wel allebei).