- Nieuws
-
04-05-2026
Paula Cremers-Cardynaals -
21-03-2026
De brute moord op Berend Tap -
20-11-2025
Boxmeer van Vruuger -
21-06-2025
Vaart tentoonstelling in de Nepomukkapel -
23-12-2024
-
28-09-2024
Stichting ‘Waza no Michi’ -
10-06-2024
Presentatie FRONTLIJNEN Guido Siebers -
30-03-2024
Eerbetoon aan Canadese bemanning neergestorte bommenwerper -
13-03-2024
Brief aan de leden -
06-12-2023
Kerst- en Nieuwjaarswens -
15-11-2023
Lezing over Vereniging De Metworst Boxmeer -
13-11-2023
Urushi Atelier Netherlands: Behoud van Japans cultureel erfgoed overzee -
19-06-2023
Viggo Waas in het Carmelklooster te Boxmeer -
07-06-2023
Verloren gewaande beelden H. Bloedaltaar -
21-01-2023
Archief Vereniging "De Metworst" -
18-12-2022
Kerst- en Nieuwjaarswens. -
14-10-2022
De Boxmeerse brijlepel -
27-08-2022
Overlijden van ons Erelid Henk Daanen -
15-07-2022
De Romeinse weg in het Land van Cuijk. -
15-05-2022
Titus Brandsma heilig verklaard -
14-04-2022
Theatershow “Ons Boksmèèr” zondag 22 mei 2022 -
29-03-2022
De geschiedenis van de Boxmeerse Joden -
19-03-2022
Brief aan de leden van Nepomuk -
03-02-2022
Archeologisch onderzoek bouwproject Hoek Grotestraat/Maasstraat Sambeek -
26-11-2021
Het Weijerpark een Cultuurhistorische Verkenning -
23-09-2021
Info aan de leden -
16-08-2021
Restauratieproject Nepomukkapel -
04-04-2021
Brandweer Boxmeer Beeldbank -
07-03-2021
BIJZONDERE ONTDEKKING door onze penningmeester Patrick Peeters -
10-02-2021
De Metworstrennen 2021 -
17-01-2021
Weijerpark 2021 -
20-12-2020
mooie kerstdagen, een goede jaarwisseling en een gezond 2021 -
15-11-2020
Belangrijke brief van het bestuur van Nepomuk -
06-11-2020
BIJZONDER ARCHEOLOGISCHE VONDST HOOGKOORPLEIN BOXMEER -
17-06-2020
Gedenkteken Titus Brandsma -
24-04-2020
Onderscheiding lid en oud bestuurslid Paula Cremers -
06-04-2020
Lock Down Activiteitenprogramma 2020 -
10-10-2019
"Tot frontgebied verklaard" presentatie boek -
07-09-2019
Spaaractie exclusieve Jumbo Mokken Historie Boxmeer -
29-04-2019
Een lintje voor onze secretaris Dick Reijnen -
27-04-2019
Museum Gemeente Boxmeer open -
20-03-2019
OPENING HEEMKAMER SAMBEEKS HEEM -
21-02-2019
Presentatie van het boek De Maas Frontlinie 1940 - 1945 -
22-09-2018
Met de Toren in zicht -
20-05-2018
Expositie van Antiquariaat ‘De Vrije Heerlijkheid’. -
17-04-2018
Onversaagd en Ongebroken Paula Cremers -
01-04-2018
Pasen 2018 -
12-02-2018
Winnaar van de Metworst editie 2018 Gijs Snijders -
11-01-2018
Een Boxmeerse zilveren Pijpenwroeter van F. Le Blanc -
23-10-2017
In memoriam Harm Douma -
29-09-2017
Museum Gemeente Boxmeer -
11-07-2017
De Romeinse weg -
22-05-2017
Tentoonstelling Vliegtuigcrashes Gemeente Boxmeer -
08-05-2017
Een woord van dank -
26-04-2017
Een lintje voor onze voorzitter Dick Jetten -
26-03-2017
Het bed van Vincent van Gogh staat in Boxmeer -
06-03-2017
Vliegtuigcrashes en noodlandingen in de gemeente Boxmeer -
27-02-2017
Metworstrennen 2017 -
22-02-2017
Bestuurswisseling 20 februari 2017 -
05-02-2017
Unieke foto's gevonden van de Carnavalsoptocht 1952 Boxmeer met de Vereniging De Metworst voorop. -
09-01-2017
Geschiedenis Online Prijs -
31-12-2016
Expositie in het Gemeentehuis Boxmeer -
25-12-2016
Kerst- en Nieuwjaarswens -
14-12-2016
Aankoop inktstel van Boxmeers zilver -
06-11-2016
Renovatie interieur kapel -
30-10-2016
Het bed van Vincent van Gogh -
27-10-2016
Verrassende vondst in Nederland -
04-10-2016
Nationale Archeologiedagen in het museum gemeente Boxmeer -
18-09-2016
Speurtocht naar het verleden; een bijzondere vondst door ons lid Jan Tunnissen -
12-09-2016
Dr. Peelen Cultuurprijs 2016 -
06-07-2016
In Brabant over opzienbarende vondst Nepomuk -
08-05-2016
Verstopt fortuin, een middeleeuwse muntschat -
27-04-2016
Presentatie van de Jad in het gemeentehuis van Boxmeer -
23-02-2016
Publicaties over de JAD -
12-02-2016
RAPPORT OPGRAVING STERCKWIJCK -
01-01-2016
Jubileum Historische Vereniging Nepomuk Boxmeer -
12-08-2015
Biljartvereniging DE KETSERS Boxmeer 1945-2015 -
09-07-2015
Excursie Dordrecht -
12-06-2015
Open Kloosterdag Karmel Boxmeer -
14-05-2015
KASTELENDAG 2015 -
04-05-2015
Opgraving door de Historische Vereniging Nepomuk -
18-04-2015
Binnenkort groot nieuws -
30-03-2015
Nepomuk in InBrabant -
26-03-2015
Spectaculaire schatvondst in de Gemeente Boxmeer -
17-03-2015
Bezoek Klooster St. Agatha -
27-02-2015
Opzienbarende vondst -
16-02-2015
Kevin Knuiman koning van de Metworst 2015 -
11-02-2015
Kasteelmuseum en Museum Gemeente Boxmeer -
02-02-2015
Speurneuzen -
16-01-2015
Interview met In Brabant -
06-01-2015
Het gestolen zilver en de huldiging -
30-12-2014
Lancering van de nieuwe website -
17-12-2014
Een nieuwe website -
09-10-2014
Wervend filmpje op Youtube -
02-10-2014
70 Jaar Leven in Vrijheid -
01-10-2014
De Klokken van de St. Petrusbasiliek
Paula Cremers-Cardynaals
Maandag 04 mei 2026Monument Japanse Vrouwenkampen Museum Bronbeek Arnhem.
Paula (89) overleefde Japans kamp als kind, maar kreeg in Nederland de grootste klap: ‘Niemand vroeg wat we hadden meegemaakt’
Paula Cremers-Cardynaals (89) is 4 jaar oud als ze ziet dat mensen haar huis in Nederlands-Indië met prikkeldraad omheinen. Het is het begin van 3,5 jaar gevangenschap in interneringskampen onder de Japanse bezetting, waar honger, martelingen en doodsangsten dagelijkse realiteit zijn. Ze heeft geen trauma’s, zegt ze. Toch is de impact blijvend.

Foto: Hist. Ver. Nepomuk Boxmeer.
‘Zat ik maar weer in het Jappenkamp.’
Dat is wat Paula Cremers-Cardynaals schrijft, als 17-jarige op de kostschool.
Het wordt haar niet in dank afgenomen. ‘Hoe kán je dat zeggen?’, zeggen de zusters die er les geven.
Nu duidt ze het. „Die periode ná de oorlog was in zekere zin nog erger.”
Cultuurshock
Het is nog steeds een onderbelicht stuk geschiedenis, stelt Paula. Middelbare scholieren horen in lessen over de Tweede Wereldoorlog amper over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië.
Toch woonden er 360.000 Europeanen, voornamelijk Nederlanders, in Nederlands-Indië. Van hen kwamen ongeveer 100.000 in kampen terecht.
Voor haar ouders begon het allemaal als één groot avontuur. De 23-jarige Limburgse Dorothea - Paula’s moeder - vertrekt in 1935 met haar tien jaar oudere man Jan naar Nederlands-Indië. Een cultuurshock, weet Paula. „Ze was weinig gewend.”
De kolonie is olierijk. Vader werkt bij de Bataafse Petroleum Maatschappij (B.P.M., nu Shell). Paula groeit op het eiland Sumatra op, met Nederlandse vriendjes, een baboe (nanny) en veel uren in de tropische tuin. Drie jaar later wordt zusje Hélène geboren.
Prikkeldraad rondom huis
Daarna volgt voor het gezin een ‘fantastische tijd’, weet Paula. Reizen door Amerika, van hotel naar hotel. „Mijn vader was troubleshooter, voor ons was het feest.”
Tot hij wordt opgeroepen terug te keren naar Nederlands-Indië. De Tweede Wereldoorlog begint, ook daar rommelt het. Japan, bondgenoot van Duitsland, dreigt Nederlands-Indië binnen te vallen vanwege de olie die nodig is voor de oorlog.
„Mijn vaders werk zei: wacht eerst af, het is nu niet veilig. Maar mijn moeder had geen geduld.” Ze reist vooruit, met de meisjes. „Ze vond het reuze belangrijk om het huis op orde te maken.”
Nog geen drie dagen later ziet Paula, als ze de gordijnen opendoet, een man hun huis in Badoeng (Java) omheinen met prikkeldraad. Een Japanner, blijkt. Vanaf dat moment zijn Paula, haar moeder en zusje gevangenen.
Afschuwelijke jaren
Er volgen 3,5 afschuwelijke jaren. Eerst een halfjaar opsluiting in het eigen huis, mét zestig andere Europeanen. Moeders en kinderen zijn inmiddels van de mannen gescheiden. „We wisten niet of mijn vader nog in Amerika was of ook in Nederlands-Indië.”
Zonder radio of contact met de buitenwereld leven de gezinnen in isolement. Eten en drinken is beperkt, privacy ontbreekt. Maar het is nog niets vergeleken met het concentratiekamp dat volgt: Kedoeng Badak, bij het plaatsje Buitenzorg.
Daar zitten ze met tweehonderd mensen in één barak. „Slechts 50 centimeter ruimte per volwassene, 30 per kind.”
Ondanks de hitte gaat de kraan slechts drie keer per dag open. Moessonregens veranderen alles in modder. Mensen zijn vies, ziek en ondervoed. Naarmate de tijd verstrijkt, sterven steeds meer gevangenen.
Straf
Dagelijks zijn er martelingen. Als je niet buigt in het driedagelijkse appèl: bidden tot de Japanse keizer. Als je niet goed meetelt in het Japans of als je niet toekijkt hoe anderen klappen krijgen. Of als je - zoals Paula’s moeder - stiekem sommetjes maakt in het zand. „Ze wilde ons zo graag leren rekenen. Dat was verboden, ze namen haar mee. Ik hoor haar nog schreeuwen en gillen.”
Wat ook op haar netvlies staat gebrand: „Toen ik 8 was, moest ik dagelijks de varkens voeren. Soms zag ik in de trog een stukje wit brood drijven. Dat pakte ik dan. Ik bewaarde het. Ook voor mijn zusje, zij was uitgemergeld. Tot ik werd betrapt.”
De straf: achter de lijkkar aanlopen, waar benen en armen uitsteken, op weg naar de rivier waar ze gedumpt worden. Het hele kamp protesteert, tevergeefs. Ze moet.
Later volgt nog een derde kamp, Makassar. Veel mensen overleven de treinreis erheen - in bomvolle wagons - al niet. „En eenmaal daar waren de omstandigheden nóg zwaarder.”
Atoombom
Na bijna een jaar - in mei 1945 - gaat er een gerucht: de Japanners zullen hen allemaal liquideren, binnen twee maanden tijd. Alom paniek. Maar zo ver komt het niet. In augustus 1945 gooit Amerika atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki. Japan geeft zich over, waardoor de bezetting ten einde komt.
Het Wilhelmus wordt gezongen, tonnen voedsel arriveren, het is feest. Maar al snel vragen de vrouwen zich af: waar zijn onze mannen. „Wij dachten dat mijn vader dood was. Er was een lijst met namen. Achter zijn naam stond: beheaded - onthoofd.”
Dagen later komt er echter een jeep bij het kamp, met een broodmagere man zonder tanden, op krukken. „Hij vroeg me: waar kan ik mevrouw Cardynaals vinden? Ik herkende mijn vader, was perplex en zei: Heb jij een hoofd?”
‘Tenminste warm gehad’
Eind 1945 keert Paula terug in bevrijd Nederland, naar haar oma in Heerlen. Haar ouders gaan later naar Nieuw-Guinea, voor Paula was het - na jaren zonder onderwijs - ‘tijd om school in te halen’. Toch wacht haar daar geen warm welkom.
„Ik zie mijn oma me nog staan opwachten, in een lange, zwarte jurk, op mij neerkijkend. Ze zei direct: ‘We zitten hier niet op jou te wachten’.”
Over de oorlog geen woord, behalve ‘jij hebt het tenminste warm gehad’ tegen Paula. „Zo werd er toen in Nederland naar gekeken. Wij hadden geen koude hongerwinter gehad, dus moesten we ons niet aanstellen.”
Eenzaamheid
Op de lagere school wordt ze met de nek aangekeken. „De kinderen - en de zusters - noemden ons dom en indo’s. Afschuwelijk.” Dat eenzame gevoel blijft haar achtervolgen, ook als ze later op een kostschool in Amersfoort zit.
„Het is om die reden dat ik terugverlangde naar het Jappenkamp. Ondanks de gruwelijkheden daar, vond ik de eenzaamheid, het gebrek aan liefde in Nederland nóg erger. In het Jappenkamp was er tenminste een gezin waar ik bij hoorde.”
Dat is wat haar door die tijd heen helpt, stelt ze nu: „Mijn moeder, zusje en de vriendschappen die ik opbouwde in het kamp.”
Rattenkoppen
De relatie met haar moeder werd vanaf de kostschool slechter. „Ik nam het haar kwalijk dat ik alleen was.”
Pas later - als Paula zelf kinderen krijgt - komt het besef: „Zonder haar was ik er nooit meer geweest. Zij leerde ons: je moet overal boven staan. Bij elke tegenslag sterk staan. Ze heeft gevochten. Alle moeders in het kamp hebben gestreden.”
„Hoe ze soep van rattenkoppen maakte en eten bij elkaar zocht om ons in leven te houden. Hoe er humor bleef - ‘ieder huisje heeft z’n kruisje, werd ieder huisje heeft z’n luisje’ - om de boel te verlichten. Ik had het niet gered zonder die saamhorigheid. Het warme gezinsleven geeft me nog altijd de kracht om door te gaan.”
‘Vertel het ze’
Thuis bleef - ook op latere leeftijd - de oorlog een verboden onderwerp. „We gaan door, was de mindset. En niemand vroeg iets, dus vertelde ik ook niets.”
Paula houdt dat lang vol. Ook als ze trouwt met Frans, settelt in Boxmeer en drie kinderen krijgt. Tot haar jongste zoon de klas uit wordt gestuurd en op de stoep staat. „Hij had tijdens geschiedenisles gezegd ‘ik ben blij dat die atoombom is gegooid’, zonder context. Maar thuis legde hij uit: „Die heeft jou bevrijd, mama.”
Wat bleek: Paula’s zoon wist het al die tijd. „Hij had het niet van mij, maar toch ergens opgevangen. Toen ik later eens heel boos werd op hem - hij had zijn brood weggegooid omdat er een frietboer stond - zei mijn man: ‘Vertel het ze’.”
Inhaalslag
Sindsdien praat ze wél, nu zelfs al 25 jaar in gastlessen. Bij ál haar acht kleinkinderen stond ze al voor de klas. Praten voelt als de echte bevrijding, stelt ze. „Het is als het uitdoen van een jasje dat al veel te lang te krap zat. Het is een inhaalslag.”
‘Vindt u het niet lastig om te vertellen?’, krijgt ze vaak als vraag uit een klas. „Dan zeg ik: nee, want ik heb er geen trauma’s aan overgehouden.”
Helemaal géén? „Misschien ongemerkt. Ik moest tijdens het vervoer naar een kamp boven op een busje zitten, in mijn eentje. Toen heb ik me zó enorm vastgeklemd, dat ik spullen nog steeds stevig schijn te omklemmen. Want als ik loslaat...”
Nooit meer huilen
De oorlog liet ook haar ouders - die zwegen - nooit los. „Mijn vader heeft het altijd erg gevonden dat hij mij niet herkende na de oorlog, vertelde hij op zijn sterfbed. Pas na zijn overlijden hoorde ik wat hij in de kampen had meegemaakt.”
„Toen ik vertelde dat ik gastlessen ging geven, moest mijn moeder heel hard huilen. Ze had zo gehoopt dat de herinneringen me bespaard waren gebleven. Mijn verhaal is dan ook een eerbetoon aan haar. En alle moeders die knokken voor hun kinderen.”
„Ze is 95 geworden en zei kort voor haar dood nog: ik had nooit zo eigenwijs moeten zijn om terug te gaan naar Nederlands-Indië. Het zat schijnbaar nog dwars. Tot haar einde toe heeft ze nachtmerries gehad. Over hoe haar kinderen werden vermoord.”
Nachtmerries heeft Paula ook. Nog steeds.
„Nog iets: ik kan nooit meer huilen. Ook niet als ik alleen ben. Ik was 58 jaar getrouwd met mijn grote liefde, maar het bleef droog toen hij twee jaar geleden overleed. Mijn kinderen wachten nog steeds op mijn eerste huilbui. Maar huilen mocht ik nooit en de dood is me ‘eigen’ geworden. Zo ben ik opgegroeid.”
Vergeving
De Japanners heeft ze naar eigen zeggen ‘helemaal vergeven’. Ze koestert de verrekijker die haar vader na de oorlog kreeg van een voormalig Japanse kolonel. „Met die verrekijker begluurde die kolonel nog de geallieerden, bizar toch.”
Kort na de bevrijding dook de man ineens op bij hun huis. „Ik riep mijn moeder: er staat wéér een Jap in de tuin. Hij had schijnbaar verplichte krijgsdienst en moest schoffelen en harken in zijn gescheurde uniform. Vernederend voor hem. Mijn moeder zei: ‘Die Jap moet weg’. Maar mijn vader gaf hem een baan op kantoor. Ze werden vrienden.”
Regelmatig ontmoet ze nog Japanners, in de trein of op straat.
„Laatst gaf een student me in de lift nog een hand en zei: I’m Japanese. Dan flitst er van alles door me heen. Maar geen haat. Ik denk wel: wat zou hij weten van de oorlog?” Ze glimlacht.
„Als ik hem weer zie, vraag ik het nog eens.”
Kijktip: Oorlog is Erfelijk
In deze documentaireserie van BNN Vara en War Child onderzoekt Natascha van Weezel hoe oorlogstrauma’s generaties lang doorwerken. Uitzending; 4 mei om 21.10 op NPO 2.
Bron: De Gelderlander Anne Veens, 3 mei 2026