Romeinse munten

 

De eerste Romeinse munten zijn vanwege de oorlog in 280 v. Chr. geslagen. De Romeinen hadden wapens nodig en die konden de Grieken wel leveren, mits er betaald werd met munten die aansloten bij de Griekse munttraditie.

In het begin goten de Romeinen zware munten van koper. Daarna werden de munten van zilver en werden ze geslagen i.p.v gegoten. De munten werden dus lichter. Door deze eigen muntslag ontstond er in 212 v. Chr een eigen Romeins muntstelsel met een denarius (zilveren munt) die onderverdeeld werd in 10 koperen assen. Na 140 v. Chr werd de as kleiner: er gingen 16 assen in 1 denarius. Daardoor ontstond er een nieuwe munt: de koperen sestertius. Die munt was 4 assen waard en werd daarmee de belangrijkste rekeneenheid.

Keizer Augustus (27 v. Chr- 14 n. Chr) deed er nog een schepje bovenop; de muntreeks werd uitgebreid met een gouden Aureus.

In de keizertijd (27 v.Chr. – 476 n.Chr.) had een Romein de beschikking over een uitgebreid assortiment gouden, zilveren en koperen munten.

Het stelsel werd dus als volgt:

aureus, 2 denarius, 3 sestertius, 4 dupondius, 5 assemis, 6 quadrans

Tot  296 na Chr. is dit stelsel onveranderd gebleven. Niet langer, want in  296 werd de koperen Follis de standaardmunt.

Vanaf 309, onder het bewind van Keizer Constantijn kwam er weer een nieuwe standaardmunt; de zuiver gouden Solidus. Ook wel bekend onder de naam Bezant.

De Romeinse munten werden gemaakt van goud, zilver, koper of brons. Op de voorzijde stond het portret van de keizer met daar omheen de naam en titels.

Door de Romeinen moest ons gebied in die tijd wel mee gaan doen met het muntstelsel, omdat de Romeinen hun loon in munten ontvingen en dat geld wilden zij besteden in o.a in onze streken. De bewoners in de ijzertijd waren toen dus wel verplicht het geld aan te nemen, hoe onbekend de munt ook was.

Na het wegtrekken van de Romeinen uit Noordwest Europa in 402 verdween het muntstelsel ook vrijwel onmiddellijk.

Een opmerkelijke vondst in Cuijk bij de opgraving op De Nielt

Bij grootschalig archeologisch onderzoek in Cuijk in 2007 is een spectaculaire muntschat uit de Romeinse tijd gevonden bij de opgravingen vooraf gaande aan de inrichting van het wooneiland De Nielt
Er is een pot gevonden met daarin zeker tweehonderd Romeinse munten.

Ze zijn bijna allemaal van zilver en in leren buidels verpakt. Het is xe9xe9n van de grootste Romeinse muntschatten die ooit in Nederland is gevonden. De munten zijn zeker achttienhonderd jaar oud. In de pot zaten ook een armband en een ring.De pot werd in juni gevonden bij opgravingen in een deel van Cuijk waar nieuwbouwwijk De Nielt is gepland. Pas enkele maanden later werd duidelijk dat het vooral om zilveren munten ging, zo werd maandag bekend. In Cuijk worden vaker resten uit de Romeinse tijd gevonden, maar deze muntenvondst is erg bijzonder. De schat is destijds verborgen in een 20 cm hoge aardewerken pot. De pot was afgedekt met een omgekeerde halve kruik als deksel. Op rontgenfoto's is te zien dat het gaat om drie concentraties van munten die in lederen buidels verpakt waren. Ook zijn enkele sieraden, een armband en een vingerring, op de rontgenfoto's herkend.
Het laboratoriumonderzoek, waarbij de schat langzaam uit de pot zal worden gehaald en schoongemaakt, is onlangs gestart en zal nog circa zes maanden in beslag nemen. De eerste munt die daarbij is onderzocht betreft een zilveren munt die geslagen is tijdens de regering van de Romeinse keizer Elagabalus (rond 220 na Christus). De pot is ergens na 220 na Christus met opzet in een kuil in de grond begraven. Tijdens het vrijleggen ervan bleek dat de pot precies geplaatst was op een plek waar de bliksem was ingeslagen. Nader onderzoek moet uitmaken of er een direct verband bestaat met de blikseminslag, bijvoorbeeld dat de pot was begraven als een offer, of dat de bewoners van de Romeinse nederzetting bij toeval op deze plaats hun kostbaarheden hebben verstopt uit angst voor diefstal.

Het komt niet vaak voor dat grote muntschatten op opgravingen worden gevonden. Het merendeel van dergelijke schatten wordt bij toeval gevonden, waardoor het verhaal achter de begraving ervan vaak onduidelijk blijft. Deze vondst is xe9xe9n van de grootste Romeinse muntschatten die tijdens wetenschappelijk archeologisch onderzoek in Nederland is aangetroffen.
Dick Reijnen